Een werkgever heeft bij ontslag van zijn werknemer de keuze zich te wenden tot de kantonrechter of het UWV WERKbedrijf. De keuze tussen deze twee instanties kan de hoogte van de ontslagvergoeding beïnvloeden.
De Kantonrechter
De kantonrechter kent bij beëindiging van het dienstverband doorgaans direct een vergoeding toe aan de werknemer, berekend op basis van de kantonrechtersformule.
De vergoeding wordt berekend aan de hand van de formule A x B x C.
A staat daarbij voor het aantal gewogen dienstjaren. Dienstjaren tot 35 jaar tellen voor 0,5; dienstjaren tussen 35 en 45 tellen voor 1; dienstjaren tussen 45 en 55 jaar tellen voor 1,5 en dienstjaren vanaf 55 jaar tellen voor 2.
B staat voor de bruto beloning per maand inclusief vaste looncomponenten zoals vakantietoeslag en een (structurele) 13e maand.
C is de correctiefactor die afhankelijk van de omstandigheden wordt vastgesteld. In neutrale gevallen, zonder verwijtbaarheid van het ontslag aan de zijde van de werknemer of de werkgever, is C gelijk aan 1.
Het UWV WERKbedrijf
Het UWV WERKbedrijf daarentegen kent bij beëindiging van het dienstverband geen vergoeding toe aan de werknemer. De werknemer kan wel een procedure bij de rechter starten en alsnog een vergoeding van de werkgever vorderen. Deze procedure heet een kennelijk onredelijk ontslagprocedure. De vraag is op welke wijze de vergoeding in een kennelijk onredelijk ontslagprocedure door de rechter wordt berekend.
Door werknemers wordt vaak bepleit dat zij in kennelijk onredelijk ontslagprocedures recht hebben op een vergoeding op basis van de kantonrechtersformule. Vanuit de werkgevers werd daartegen bezwaar gemaakt. In oktober 2008 heeft het Gerechtshof Den Haag een aantal uitspraken gewezen waarbij aan de werknemer in een kennelijk onredelijk ontslagprocedure een vergoeding werd toegekend conform de kantonrechtersformule minus 30%.
Inmiddels hebben ook andere Gerechtshoven zich uitgelaten over de vergoeding in een kennelijk onredelijk ontslagprocedure. Vastgesteld is dat werknemers in deze kennelijk onredelijk ontslagprocedure recht hebben op een vergoeding volgens de formule X x Y x Z.
X staat daarbij voor het aantal gewogen dienstjaren. Dienstjaren tot 40 tellen daarbij voor 1; dienstjaren tussen de 40 en 50 tellen voor 1,5 en dienstjaren vanaf 50 jaar tellen voor 2. Er wordt dus anders gewogen dan bij de kantonrechtersformule.
Y staat voor de bruto beloning per maand inclusief vaste looncomponenten zoals vakantietoeslag en een (structurele) 13e maand.
Z is de correctiefactor die afhankelijk van de omstandigheden wordt vastgesteld en in beginsel niet hoger is dan 0,5. Ook dit is anders dan bij de kantonrechtersformule.
Kortom
Het lijkt er aldus op dat er een tweetal formules wordt gehanteerd voor het vaststellen van ontslagvergoedingen. De kantonrechtersformule A x B X C voor de kantonrechtersprocedure. De formule X x Y x Z wordt gehanteerd bij het vast stellen van vergoedingen in kennelijk onredelijk ontslagprocedures. Het verschil zit in het wegen van de dienstjaren en de correctiefactor. Opgemerkt wordt nog dat het afwachten is of ook andere rechters de X x Y x Z formule gaan hanteren in kennelijk onredelijk ontslagprocedures.